Mannen Vertellen PTSS

Een greep uit mijn inmiddels geschreven beleving.

Zo, hier zit ik dan. Een verhaal heeft altijd een begin, maar die is voor mij onvindbaar en dwaas mijzelf af op schriftelijke verwoording. Iedereen ligt al op bed en ik probeer de vermoeidheid naar het uiterste te drijven om mijn gedachten niet de vrije loop te geven als ik op bed lig. Maar helaas is dit meer een uitstel dan een gerichte behandeling. Hoewel ik weet dat slapen nodig is, ervaar ik enkel de negatieve kant.

Mijn ogen dicht doen staat gelijk aan angst. Ik begrijp dat dit niet te begrijpen of beseffen is. Dat had ik vroeger ook toen ik nog zorgeloos een begin twintiger was. Nu, jaren later kan ik het niet beschrijven of verwoorden wat deze terugkeerde ervaring met mij doet. Ik weet alleen dat de nacht mij in een ander persoon verandert en dat ik vaak in de ochtend smeek voor een snelle zonsopgang! In de winter vaak een hel met meerdere uren duister, maar in de zomer toegezongen worden door de vogels. Wat ik in mijn werk heb ervaren krijgen sommigen in heel hun leven niet te verwerken. Echter heb ik wel bewust gekozen voor mijn werk! In mijn beleving of beter gezegd het schuldgevoel hebben andere personen het toch vele malen erger. Werken op de rand van de maatschappij of gewoon je roeping volgen, laten de duistere kant zien die velen niet (willen) zien.Ik wilde de wereld niet verbeteren of een held zijn. Maar ik heb altijd wel ergens voor gestaan. Hierbij probeerde ik bewust de keerzijde van mijn werk-op-de-rand-van-de-maatschappij mentaliteit te zien, ervaren en van te leren. Ik wilde ervaren, snappen maar ook overbrengen op mensen dat ‘gelukkig zijn’ zelfs in Nederland niet als normaal bestempeld mag worden.

Mijn eerste reanimatie en tevens dode ( twee op een dag) was in mijn eerste weken bij de politie. Mijn coach zei tijdens de pauze luidkeels: “Loek-ie: waren ze nou direct kapot?! “. Ik was nog bezig een boterham naar binnen te krijgen. Hierbij in mijn achterhoofd dat de kinderen stonden te schreeuwen toen papa op de grond lag en de arts een ‘nee—schuddend’ gebaar maakte naar mij! Wat zeg je als 19 jarige, zo groen als gras, terwijl een vijfjarige aan je vraagt of papa ziek is. Je kijkt in zijn ogen, zoekt de juiste woorden en beseft dat die er niet zijn. Die twinkeling in de ogen van een kind! Te jong om het te begrijpen! Maar als volwassene wetende dat je het moet gaan verwoorden en uitleggen! Wetende dat die twinkeling in zijn/haar ogen voor lange tijd verdwijnt.

Direct besloot ik de namen van ‘mijn gevonden’ doden niet te willen weten. Achteraf was ik briljant in het verhullen en op slinkse wijze onder de schriftelijke administratie uit te komen. Ik sprak niet over ingrijpende incidenten. Achteraf gezien werd er vaak op een luchtige manier en soms ook grappig over gesproken. Maar ja, ook dat is een manier. De hoeveelheid van doden, vermissingen, ongekend verdriet, slechtnieuws overbrengen of echt (levens) angst ervaren, blijken achteraf veel te veel te zijn! Ik was jong en dacht de wereld wel aan te kunnen. Ik had tenslotte een veiligheidsvest, was zelf de politie en mijn Walther maakte het imago af. Maar ja, had ik maar gedacht aan de onomkeerbare, harde en realistische ellende. De ‘dood’ wat een prominent en terugkerend onderwerp werd van mijn baan/bestaan. Niet alle doden liggen mooi opgebaard in een mooie kist! Iemand aantreffen kan op vele ondenkbare manieren voordat de persoon, ongeacht de leeftijd, ‘mooi en respectvol’ in de kist ligt opgebaard!

Slecht-nieuws aanzeggen is een gewaarwording die niet te bevatten is. Van alle slecht nieuws aanzeggingen, en dat zijn er veel, kan ik qua geur, details, geluid, smaak nog steeds voor mij halen. De politie-opleiding probeert met zeer ervaren docenten de aankomende agenten voor te bereiden. Met al hun passie en kennis, waar ik absoluut niet aan voorbij wil gaan, knakt elke mens na een bepaalde periode. Tal van keren toen ik in de noodhulp zat werd ik opgeroepen door de meldkamer en gevraagd om te bellen. Normaal gaat alles middels portofoon, maar als je moest bellen, dan wist je dat het raak was. Vaak genoeg was er in een andere regio een ongeval/incident gebeurd en moest de directe familie in ons gebied ingelicht worden. Middels een kort maar duidelijk telefoongesprek stapte je de auto in. Vaak nog denkende om alles netjes en chronologisch over te brengen. Binnen enkele seconden had de Meldkamer de navigatie gekoppeld. Vaak binnen tien minuten was je ter plaatse. Op een net wat te ‘normale’ snelheid werd er naar de locatie gereden. Vaak was het stil in de auto en probeerde je een scenario te verzinnen en jezelf voor te bereiden! Aangekomen op de locatie liep je naar de voordeur. Vaak nog in het ongewisse wie het woord zou doen. Daar sta je dan, je drukt op de bel…. ring ring. Je klopt op de deur en in de verte hoor je de voetstappen die via de trap een weg naar beneden vinden. Via een blur-glas in de voordeur zie ik een vrouwelijk silhouet. In haar armen draagt zij iets wat lijkt op misschien een klein kind. Direct slaat een brok in mijn keel en ik gedachte schreeuw ik “Nee!!!!!” Voor het besef maar plaats heeft genomen in mijn koppie, wordt de deur geopend.

Een jonge vrouw, moeder van twee kinderen, waarvan een in de arm en de ander op de overloop stiekem naar beneden staart, opende de voordeur. Twee agenten voor de deur! Zonder een woord zie ik haar blik veranderen! In een fractie van een seconde besefte ik dat mijn eerste woorden hun leven zou veranderen. “Mevrouw, bent u de echtgenoot van……..?” ‘Ja’…. Hoor ik zacht terwijl zij haar baby omhoog tilt om beter vast te houden. Direct vertel ik haar in slechts één zin dat haar partner/ de vader van de kinderen is overleden. Haar ogen veranderen en haar gezicht lijkt grauw te worden. Haar moedergevoel zorgt ervoor dat zij de baby goed vasthoudt. Zij kijkt achterom de gang in en zoekt oogcontact met haar andere kind welke nog steeds op de overloop staat, welke al zittend op zijn knietjes voor t traphekje zit. In haar ogen zie ik wanhoop en beseffende/wetende dat, zeker het oudste kind, een traumatische en misschien wel levens veranderende shock gaat ervaren. Zonder ook maar een woord uit te brengen draait zij zich om en loopt via de gang naar de woonkamer. Geen woord wordt er gesproken, maar alles gaat op lichaamstaal.

Ik voel het verdriet en zie dat haar wereld totaal is ingestort! Al zittende op de bank houdt zij haar jongste kind stevig vast en kijkt verdwaasd voor zich uit! Er volgen geen woorden! Ik twijfel om mijn mededeling nogmaals te benoemen om zeker te zijn dat zij het snapt! Haar familie woont niet in de omgeving en ik kan haar ook niet alleen laten! Ik ga bij haar op de bank zitten en weet niet de juiste woorden te vinden! Beiden staren wij voor ons uit. Het verdriet is voelbaar, maar mijn aanwezigheid lijkt te worden gewaardeerd! Soms zegt stilte meer dan woorden! In mijn hoofd vraag ik mij af of het kind boven daar zal blijven of dat hij misschien naar beneden komt! Ik zag dat moeder niet in staat was om een dergelijke mededeling naar haar kind te doen. De mededeling aan haar kind is al traumatisch. Laat staan hoe moeders voorkomen een onuitwisbare indruk zou maken op het mannetje! Ik besefte direct dat de kans aanwezig was dat ik hun kindje moest gaan vertellen dat papa niet meer thuis zou komen. Dat papa dood was! Maar hoe leg je zoiets uit! De tranen willen mijn ogen intreden, maar ik laat dit niet toe!

Ik hoor dat met kleine stapjes iemand op de trap loopt. In gedachten besefte ik direct dat het onmogelijke voor mij nu werkelijkheid werd. Moeder zat nog steeds op de bank en keek voor zich uit. In deze shock-situatie kon ik haar en haar kind deze herinnering niet aandoen! Boem, de tussendeur van de woonkamer slaat met een klap open. Ik zie een klein mannetje met een knuffel in zijn hand! Zo puur, gevoed door familie liefde, maar bovenal een geluk stralend gezicht! In werkelijk één seconde gebeuren er dingen in mijn hoofd die alleen in zo’n situatie in een seconde worden samengevat. Mijn maag draait zich om, mijn vaderhart spreek, het liefst wil ik alle pijn, zonder enige twijfel, van hem overnemen! Maar nu moet ik iets doen of zeggen wat zijn zorgeloze bestaan onderuit haalt! Op dat moment voelde ik mij geen agent! Ik vond kinderen altijd ’t moeilijkste om mee om te gaan! Jankers, pubers, tieners….nee, niets voor mij! Ik keek om mij heen en zocht naar’ iets’ wat mij kon helpen. Niet wetende wat ik zocht! Op het dressoir stond een 15 cm grote teddybeer. In films had ik wel eens gezien dat dit een werkende aanpak zou kunnen zijn. Maar hoe, geen flauw idee! Ik ging naar de keuken om uit het gezichtsveld van moeders te zijn! Ik deed mijn politie winterjas uit en ging op de grond zitten. Al snel begreep ik dat de beer erbij was om een kinderlijke ontspannen sfeer te creëren.

Wat ik precies vertelde kan ik mij tot op de dag van vandaag niet herinneren! Dat het pijnlijk was, ongekend verdriet, tranen. Dat mag helder zijn! Elk incident is er één. Menselijk zijn is normaal. Een emmer heeft iedereen! Wanner die overloopt is verschillend! Maar als de emmer vol is gelopen……, valt de volgende druppel ernaast. Net zolang tot er een stroompje is!   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *